Onze school kent drie bouwen gebaseerd op de ontwikkeling van het kind. Kinderen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in de groep. Samenwerken en elkaar helpen wordt hierdoor sterk bevorderd en tempo- en niveauverschillen vallen hierdoor nauwelijks op. 

Onderbouw

Kinderen van vier tot zes jaar zitten bij elkaar in de onderbouwgroep. Het kind van vier tot zes jaar is de bouwer van de mens. Alles wat nodig is voor de ontwikkeling van het kind is er. Het kind is rijp om te oefenen. 

In de onderbouw is de zintuiglijke ontwikkeling van belang (horen, zien, voelen, maar ook ruiken en proeven). Met behulp van het zintuiglijk materiaal leert uw kind lezen, schrijven en rekenen. Het Montessorimateriaal is speciaal ontwikkeld om dit te stimuleren. Voor de ontwikkeling van ruimtelijke oriëntatie wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van constructiemateriaal en blokken. Het stimuleren van de fantasie door middel van spelactiviteiten neemt een belangrijke plaats in. Kenmerkend voor het onderwijs op onze school is, dat er begonnen wordt met schrijven en lezen wanneer uw kind daar aan toe is. Dit gebeurt door het aanbieden van letters, woordjes, schrijf- en leeswerkjes. In de onderbouw zijn ruime mogelijkheden om zelf met allerlei expressieactiviteiten bezig te zijn: tekenen, schilderen, boetseren, muziek en drama.

Middenbouw

Het kind van zes tot negen jaar is de onderzoeker. Het heeft belangstelling voor alles om zich heen, vraagt erover en onderzoekt het. 

In de middenbouw ontwikkelt het kind zich verder in de doorgaande lijn die individueel is opgebouwd. De materialen die in de onderbouwgroep worden gebruikt zijn voor een deel ook aanwezig in de middenbouw, natuurlijk aangevuld met nieuwe. De nadruk komt meer te liggen op instrumentele vaardigheden als lezen, rekenen, taal en schrijven. Uitgangspunt blijft dat het kind op zijn of haar eigen niveau en naar eigen behoefte en belangstelling kan werken. Er zijn streefdoelen waaraan uw kind aan het einde van het schooljaar moet hebben voldaan. De kinderen werken met een weekkaart, waarop ze hun gemaakte werk kunnen aantekenen. Ook kan de leerkracht hierop eventuele opmerkingen of opdrachten plaatsen

Bovenbouw

In de bovenbouw zitten kinderen van negen tot twaalf jaar. Het kind van negen tot twaalf is de wetenschapper. Het brengt de dingen waarmee het bezig is met elkaar in verband. Oorzaak en gevolg worden duidelijk, het kind denkt na over zichzelf. 

De zelfstandigheid van kinderen in de bovenbouw neemt toe en daar sluiten begeleiding en het onderwijs op aan door uw kind een grote mate van verantwoordelijkheid te geven. Zo leert het kind werken met een agenda, waarbij vaardigheden als het kiezen en plannen van werk van belang zijn. Kinderen kijken een gedeelte van het werk (eerst) zelf na. Het kind wordt hierin begeleid door de leerkracht. Naast Montessorimaterialen is ook in deze groep een aantal methoden te vinden als aanvulling op de Montessorimaterialen.

In de bovenbouwgroep is er verdere aandacht voor het ontwikkelen van vaardigheden om een spreekbeurt te houden of een werkstuk te maken.

Het kind is zelf de bouwer van zijn persoonlijkheid. Het heeft daarbij de hulp nodig van leerkrachten en van zijn ouders. Maar het zelf willen en het zelf doen is het belangrijkste. Spontane belangstelling voor van alles en nog wat, zelf op onderzoek uitgaan en actief zijn zit allemaal in het kind zelf.